Bucurați-vă de milioane de cărți electronice, cărți audio, reviste și multe altele cu o perioadă de probă gratuită

Doar $11.99/lună după perioada de probă. Anulați oricând.

Kruising Met Nibiru: De Avonturen Van Azakis En Petri
Kruising Met Nibiru: De Avonturen Van Azakis En Petri
Kruising Met Nibiru: De Avonturen Van Azakis En Petri
Cărți electronice377 pagini5 ore

Kruising Met Nibiru: De Avonturen Van Azakis En Petri

Evaluare: 0 din 5 stele

()

Citiți previzualizarea

Informații despre cartea electronică

BOEK 2/3 Een catastrofe van Bijbelse proporties staat op het punt onze planeet te overkomen. Maar deze keer zijn de aardbewoners niet alleen. Enkele bewoners van de planeet Nibiru staan hen bij en riskeren hun eigen leven om te proberen de verschrikkelijke natuurkrachten, die spoedig ontketend worden, tegen te houden. In deze tweede aflevering in de reeks ”De avonturen van Azakis en Petri” moeten onze twee sympathieke buitenaardsen al hun ervaring en hun ongelooflijke technologie inzetten om te proberen de gebeurtenis te voorkomen die al dramatisch werd aangekondigd in de vorige aflevering getiteld ”Terug naar de Aarde”. Wendingen, onthullingen en herinterpretaties van gebeurtenissen en historische incidenten houden de lezer met ingehouden adem en tot de laatste regel van deze roman in spanning.
LimbăNederlands
EditorTektime
Data lansării29 nov. 2022
ISBN9788835446712
Kruising Met Nibiru: De Avonturen Van Azakis En Petri
Citiți previzualizarea

Recenzii pentru Kruising Met Nibiru

Evaluare: 0 din 5 stele
0 evaluări

0 evaluări0 recenzii

Ce părere aveți?

Apăsați pentru evaluare

Recenzia trebuie să aibă cel puțin 10 cuvinte

    Previzualizare carte

    Kruising Met Nibiru - Danilo Clementoni

    Inleiding

    De twaalfde planeet, Nibiru (de planeet van transitie) zoals de Soemeriërs hem noemden, of Marduk (de koning van de hemelen) zoals hij door de Babyloniërs werd genoemd, is in feite een hemellichaam dat in een baan van 3.600 jaar om onze zon draait. Zijn baan is behoorlijk elliptisch, retrograde (draait rond de zon in de tegenovergestelde richting van de andere planeten) en is duidelijk gekanteld ten opzichte van het vlak van ons zonnestelsel.

    Elke cyclische benadering heeft in ons zonnestelsel bijna altijd enorme interplanetaire omwentelingen veroorzaakt, zowel in de banen als in de structuur van de planeten waaruit het zonnestelsel bestaat. Tijdens een van zijn tumultueuzere transities werd Tiamat, de majestueuze planeet tussen Mars en Jupiter met een massa van ongeveer negen keer die van de huidige aarde, rijk aan water en gezegend met elf satellieten, in een catastrofale botsing vernietigd. Een van de zeven manen in een baan rond Nibiru botste tegen de gigantische Tiamat, waardoor de planeet in tweeën splitste en de twee delen in tegengestelde banen werden gekatapulteerd. In de volgende transitie (de ‘tweede dag’ in Genesis) voltooiden de resterende satellieten van Nibiru dit proces, waarbij een van de twee delen gevormd bij de eerste botsing, volledig werd vernietigd. Het puin dat door meerdere inslagen werd gegenereerd, creëerde wat we nu als de ‘asteroïdengordel’ kennen, of de ‘gehamerde armband’ zoals de Soemeriërs de gordel noemden. Het puin werd door de naburige planeten gedeeltelijk opgeslokt. Vooral Jupiter ving het meeste puin op, waardoor haar massa merkbaar toenam.

    De satellietartefacten van deze ramp, inclusief die welke de botsing met Tiamat overleefden, werden meestal ‘afgeschoten’ naar buitenste banen en vormden wat wij nu als ‘kometen’ kennen. Het deel dat de tweede transitie overleefde, bevindt zich vandaag in een stabiele baan tussen Mars en Venus. Het nam de laatste overgebleven satelliet mee en vormde wat wij nu de Aarde noemen, samen met haar onafscheidelijke metgezel, de Maan.

    Het litteken van die kosmische inslag, die ongeveer 4 miljard jaar geleden plaatsvond, is vandaag nog gedeeltelijk zichtbaar. Het beschadigde deel van de planeet is nu volledig bedekt met water en noemen we vandaag de Stille Oceaan. Deze beslaat ongeveer een derde van het aardoppervlak en strekt zich uit over 179 miljoen vierkante kilometer. In dit immense gebied is er vrijwel geen landmassa. In plaats daarvan is er een grote depressie die reikt tot een diepte van meer dan tien kilometer.

    Op het gebied van structuur lijkt Nibiru momenteel veel op de Aarde. Twee derde van het oppervlak is bedekt met water, terwijl de rest wordt ingenomen door één continent dat zich uitstrekt van noord naar zuid, met een totale oppervlakte van meer dan 100 miljoen vierkante kilometer. Al honderdduizenden jaren benutten sommige Nibiru-bewoners de nabijheid van hun planeet ten opzichte van de onze; zij brengen regelmatig een bezoek en beïnvloeden telkens de cultuur, de kennis, de technologie en de evolutie van het menselijk ras. Onze voorouders hebben op vele manieren naar hen verwezen, maar misschien is ‘goden’ altijd de naam geweest, die hen het beste omschrijft.

    Wat voorafging

    Azakis en Petri, de twee beminnelijke en onafscheidelijke buitenaardse wezens die de hoofdrol spelen in dit avontuur, zijn na een van hun jaren (3.600 aardse jaren) teruggekeerd naar de planeet Aarde. Hun missie? Een kostbare lading terughalen die ze bij hun vorige bezoek overhaast hadden achtergelaten door een defect in het koppelingssysteem. Maar, bij deze reis treffen ze een heel andere aardbevolking aan dan bij hun eerste bezoek. Gewoontes, tradities, cultuur, technologie, communicatie-systemen, wapens: alles is zo anders dan bij hun vorige bezoek.

    Bij aankomst ontmoeten ze een paar aardbewoners: dr. Elisa Hunter en kolonel Jack Hudson, die hen enthousiast verwelkomen. Na talloze avonturen helpen ze hen om hun delicate missie tot een einde te brengen.

    Maar wat de twee buitenaardse wezens liever niet aan hun nieuwe vrienden hadden willen vertellen, is dat hun eigen planeet, Nibiru, snel nadert en in slechts zeven aardse dagen de baan van de Aarde kan kruisen. Volgens de berekeningen van hun Ouderen komt een van zijn zeven satellieten zo dichtbij dat hij de planeet bijna kan raken, wat een reeks klimaatverstoringen zou veroorzaken, vergelijkbaar met die van zijn vorige passage, die in één enkele definitie is samengevat: de Grote Zondvloed.

    In het eerste deel van het verhaal (Terug naar de Aarde - De avonturen van Azakis en Petri) lieten we hen alle vier achter in het ontzagwekkende ruimteschip, de Theos, en daar hervatten we het verhaal van dit fantastische nieuwe avontuur.

    Ruimteschip Theos

    De laatste uren was Elisa overspoeld door zoveel informatie dat ze zich voelde als een klein meisje dat te veel kersen had gegeten. Deze twee vreemde maar beminnelijke personages, die plotseling uit het niets waren verschenen, hadden zeer snel vele ‘historische zekerheden’ ondermijnd, die zij en de rest van de mensheid altijd zo goed als vanzelfsprekend hadden beschouwd. Gebeurtenissen, wetenschappelijke ontdekkingen, geloofsovertuigingen, culten, godsdiensten en zelfs de menselijke evolutie, stonden op het punt om volledig op de kop te worden gezet. Het nieuws van de ontdekking dat wezens van een andere planeet de ontwikkeling van de mensheid vanaf haar allereerste dagen zo kundig hadden gemanipuleerd en geleid, zou op de samenleving eenzelfde effect hebben als de onthulling dat de aarde rond was en niet plat.

    Azakis en Petri, zijn trouwe vriend en reisgezel, stonden roerloos in het midden van de commandobrug. Hun ogen probeerden Elisa te volgen die, met de handen in haar grote broekzakken, zenuwachtig door de kamer ijsbeerde terwijl ze onverstaanbare woorden mompelde.

    Jack daarentegen zat onderuitgezakt in een leunstoel en probeerde zijn hoofd, dat plotseling ongelooflijk zwaar leek, met zijn handen te ondersteunen. Maar het was Jack die, na een paar eindeloze minuten van stilte, besloot om het heft in handen te nemen. Hij stond abrupt op en zei met ferme stem tegen de twee buitenaardsen: ‘Als jullie ons voor deze taak hebben uitgekozen, moet daar een reden voor zijn. Ik kan alleen maar zeggen dat jullie niet teleurgesteld zullen worden.’ Toen keek hij Azakis recht in de ogen en vroeg resoluut: ‘Kun je met dat kleine beetje tovenarij van je’, en hij wees naar het virtuele beeld van de aarde dat nog steeds in het midden van de kamer langzaam ronddraaide, ‘ons een simulatie laten zien van de nadering van jullie planeet?’

    ‘Met genoegen’, antwoordde Azakis onmiddellijk. Hij haalde alle berekeningen van de Ouderen op via zijn N^COM-implantaat en toverde daar, recht voor hun neus, een grafische voorstelling tevoorschijn.

    ‘Dit is Nibiru’, zei hij wijzend naar de grootste planeet. ‘En dit zijn de satellieten waar we het over hadden.’

    Zeven, aanzienlijk kleinere hemellichamen, draaiden rond de majestueuze planeet op zeer verschillende afstanden en snelheden ten opzichte van elkaar. Azakis legde zijn wijsvinger op het hemellichaam dat het verste weg ronddraaide en vergrootte het tot het bijna zo groot was als hijzelf. Toen zei hij heel plechtig: ‘Dames en heren, sta mij toe u Kodon voor te stellen. Deze imposante rotsachtige massa heeft besloten jullie geliefde planeet een hoop problemen te bezorgen.’

    ‘Maar hoe groot is hij dan?’ vroeg Elisa geïntrigeerd, terwijl ze de bobbelige donkergrijze bol bekeek.

    ‘Laten we zeggen dat hij qua grootte iets kleiner is dan jullie maan, maar dat zijn massa bijna het dubbele is.’ Azakis maakte een snel gebaar met zijn hand en het hele zonnestelsel verscheen, met de planeten langzaam bewegend in hun respectievelijke banen, die werden weergegeven door dunne, verschillend gekleurde lijnen.

    ‘Dit’, vervolgde Azakis, wijzend op een donkerrode lijn ‘is de baan die Nibiru zal volgen in zijn nadering tot de zon.’ Toen versnelde hij de beweging van de planeet tot deze dicht bij de aarde was en voegde eraan toe ‘en dit is het punt waar de banen van de twee planeten elkaar zullen kruisen.’

    De twee aardbewoners keken met verbazing, maar ook met grote aandacht naar de uitleg die Azakis hen gaf over de gebeurtenis die, in slechts enkele dagen tijd, hun leven en dat van alle andere bewoners op de planeet zou verstoren.

    ‘Hoe dicht zal Nibiru bij ons komen?’ vroeg de kolonel rustig.

    ‘Zoals ik al eerder zei’, antwoordde Azakis ‘zal Nibiru jullie niet buitensporig lastig vallen. Het is Kodon die de aarde bijna zal raken en voor heel wat problemen zal zorgen.’ Hij bracht het beeld wat dichterbij en toonde een simulatie van de satelliet wanneer deze op zijn dichtste punt bij de aardse baan zou zijn. ‘Dit zal het moment zijn van de maximale zwaartekracht tussen de twee hemellichamen. Kodon zal slechts 200.000 kilometer van jullie planeet verwijderd zijn.’

    ‘Verdorie!’ riep Elisa uit. ‘Dat is zo goed als niets.’

    ‘De laatste keer’, antwoordde Azakis ‘precies twee cyclussen geleden, ging hij op ongeveer 500.000 kilometer afstand voorbij en we weten allemaal wat hij toen heeft aangericht.’

    ‘Ja, de beroemde Grote Zondvloed.’

    Met zijn handen in elkaar op de rug stond Jack langzaam heen en weer te wiegen, eerst op de tenen en dan op zijn hielen. Plots verbrak hij op zeer ernstige toon de stilte en zei: ‘Ik ben zeker niet een van de grootste deskundigen op dit gebied, maar ik ben bang dat geen enkele aardse technologie in staat is om iets tegen zo'n gebeurtenis te doen.’

    ‘Misschien kunnen we er raketten met kernkoppen op af sturen’, waagde Elisa.

    ‘Dat gebeurt alleen in sciencefiction films’, antwoordde Jack lachend. ‘En trouwens, ervan uitgaande dat we dat soort vectoren op Kodon zouden kunnen laten landen, lopen we het risico de satelliet in duizenden stukken te verbrijzelen, wat een dodelijke regen van meteorieten zou veroorzaken. Dat zou echt het einde van alles betekenen.’

    ‘Neem me niet kwalijk’, zei Elisa tegen de twee buitenaardsen. ‘Maar hebben jullie niet eerder gezegd dat jullie ons in ruil voor ons 'zeer kostbare' plastic zouden helpen om deze absurde situatie op te lossen? Ik hoop dat jullie echt goede ideeën hebben om ons uit deze toestand te helpen, anders is het afgelopen met ons.’

    Petri, die rustig aan de zijlijn had gestaan, glimlachte lichtjes en deed een stap in de richting van het driedimensionale scenario dat in het midden van de brug was afgebeeld. Met een snelle beweging van zijn rechterhand toverde hij een soort zilverkleurige donut tevoorschijn. Hij wees er met zijn wijsvinger naar en bewoog het tot het zich precies tussen de aarde en Kodon bevond. Toen zei hij: ‘Dit zou de oplossing kunnen zijn.’

    Tell el-Mukayyar – De ontsnapping

    De twee nep-bedoeïenen die geprobeerd hadden om de 'kostbare inhoud' van de shuttle van de twee buitenaardse wezens te stelen, waren gekneveld en in de laboratoriumtent stevig vastgebonden aan een groot vat met brandstof. Ze zaten op de grond met hun rug tegen de zware metalen container en met hun gezicht in tegengestelde richtingen. Een van de helpers van de doctor hield de wacht buiten de tent en keek zo nu en dan naar binnen om hen te controleren.

    De dunnere van de twee, die zeker een paar gebroken ribben had door de slag van de kolonel in zijn zij, was ondanks de pijn waardoor hij moeilijk kon ademen, geen moment gestopt met rondkijken op zoek naar iets dat van pas kon komen om zichzelf te bevrijden.

    Door een klein gaatje in de wand drong het licht van de middagzon schuchter de tent binnen en wierp een dunne lichtstraal in de hete stoffige lucht. Die zwaardachtige lichtstraal schilderde een kleine witte ellips op de grond, die zich heel langzaam in de richting van de twee gevangenen bewoog. Bijna gehypnotiseerd keek de magere man naar de trage voortgang van de heldere vlek, toen een plotse lichtflits hem terugbracht naar de werkelijkheid. Half ingegraven in het zand, op ongeveer een meter afstand, weerkaatste het zonlicht op iets van metaal recht in zijn rechteroog. Hij bewoog zijn hoofd een beetje en probeerde te vinden wat het was, maar tevergeefs. Hij probeerde een been in die richting te strekken, maar een vreselijke pijnscheut in zijn zij herinnerde hem aan de toestand van zijn ribben en hij besloot ervan af te zien. Hij dacht dat hij er waarschijnlijk toch niet bij zou kunnen komen en fluisterde door zijn prop heen: ‘Hé, leef je nog?’

    De dikke man was er niet veel beter aan toe. Nadat Petri hem door de lucht had laten vliegen, was er een grote blauwe plek op zijn rechterknie ontstaan. Hij had ook een aardige bult op zijn voorhoofd, zijn rechterschouder deed pijn en zijn rechterpols was opgezwollen als een ballon.

    ‘Ik denk het wel’, antwoordde hij mompelend en met een klein stemmetje door zijn knevel.

    ‘Gelukkig! Ik ben al een tijdje naar je aan het roepen. Ik begon me zorgen te maken.’

    ‘Ik moet een black-out hebben gehad. Mijn hoofd staat op springen.’

    ‘We moeten hier absoluut weg’, zei de slanke man vastberaden.

    ‘Maar hoe gaat het met jou? Niets gebroken?’

    ‘Ik denk dat ik een paar gebroken ribben heb, maar ik red me wel.’

    ‘Hoe komt het dat we ons zo door hen hebben laten verrassen?’

    ‘Maakt nu niet meer uit. Wat gebeurd is, is gebeurd. Laten we proberen onszelf te bevrijden. Kijk naar links, waar die zonnestraal valt.’

    ‘Ik kan niets zien’, antwoordde de dikke man.

    ‘Er ligt daar iets half begraven. Het lijkt op een metalen voorwerp. Probeer of je er met je been bij kunt.’

    Het plotselinge geluid van het openen van de tentrits onderbrak de operatie. De bewaker verscheen en keek naar binnen. De dikke man deed weer alsof hij bewusteloos was, terwijl de andere volkomen stil bleef liggen. De man wierp een blik op hen, controleerde vluchtig alle rondslingerende apparatuur, trok zich met een tevreden uitdrukking terug en sloot de ingang weer.

    De twee bleven een tijdje stil tot de grotere man als eerste zei: ‘Dat scheelde niet veel.’

    ‘Dus, kun je het zien? Kun je er bij?’

    ‘Ja, nu zie ik het. Wacht, ik zal het proberen.’

    De forse nep-bedoeïen begon heen en weer te wiegen in een poging de touwen die hem vasthielden wat losser te maken. Dan begon hij zijn linkerbeen zo ver mogelijk uit te strekken in de richting van het voorwerp. Hij kon er net bij. Met zijn hiel begon hij te graven tot hij een stukje van het voorwerp kon blootleggen.

    ‘Het lijkt een troffel te zijn.’

    ‘Het moet een Marshalltown-troffel zijn. Het gereedschap dat archeologen gebruiken om oud aardewerk te zoeken. Kun je het pakken?’

    ‘Ik kan er niet bij.’

    ‘Als je zou stoppen met je vol te proppen met al dat junkfood, zou je wat leniger zijn, jij vette lelijkerd.’

    ‘Wat heeft mijn krachtige lichaamsbouw daar nu mee te maken?’

    ‘Kom op dan 'krachtige lichaamsbouw'. Laten we eens kijken of je die troffel te pakken krijgt, anders vinden ze wel een manier om je in de gevangenis te laten afvallen.’

    Beelden van onfrisse en onwelriekende pooiers verschenen plotseling voor de ogen van de dikke man. Dat vreselijke visioen maakte een kracht in hem los waarvan hij niet meer wist dat hij die had. Hij kromde zijn rug zo ver als hij kon. Een pijnscheut schoot recht van zijn gekwetste schouder naar zijn hersenen, maar hij negeerde die. Met een vastberaden zwaai kreeg hij zijn hiel achter de troffel en door snel zijn been te buigen, trok hij hem naar zich toe.

    ‘Gelukt’ riep hij vanachter de knevel.

    ‘Wil je je kop houden, jij lelijke idioot? Waarom schreeuw je zo? Wil je dat die twee schurken binnenkomen en ons weer in elkaar slaan?’

    ‘Sorry’, antwoordde de grote man zacht. ‘Maar ik heb het toch te pakken gekregen.’

    ‘Zie je wel? Als je je er op toelegt, kan zelfs jij iets nuttigs doen. Het ding zou scherp moeten zijn. Kijk of je die verdomde touwen kunt doorsnijden.’

    Met zijn goede hand pakte de grote man de troffelsteel en begon met de scherpere kant over de touwen achter zijn rug te wrijven.

    ‘Ervan uitgaande dat we onszelf kunnen bevrijden’, mompelde de dikke man ‘hoe komen we hier weg? Die site zit vol met mensen en het is nog steeds daglicht. Ik hoop dat je een plan hebt.’

    ‘Natuurlijk heb ik dat! Ben ik niet de geniale geest van ons tweeën?’ riep de magere man trots uit. ‘Terwijl jij je knusse dutje deed, heb ik de situatie geanalyseerd en ik denk dat ik een manier heb gevonden om die te boven te komen.’

    ‘Ik ben een en al oor’, antwoordde de ander, terwijl hij de troffel op en neer liet gaan.

    ‘De kerel die op wacht staat, kijkt ongeveer om de tien minuten naar binnen en deze tent is de buitenste aan de oostkant van het terrein.’

    ‘En dan?’

    ‘Hoe heb ik jou in godsnaam als partner voor deze klus gekregen? Je hebt de verbeelding en de intelligentie van een amoebe en ik hoop dat de amoeben geen aanstoot nemen aan de vergelijking.’

    ‘Eigenlijk’, antwoordde de dikke man licht gepikeerd, ‘was ik het die jou heeft gekozen, aangezien de baan aan mij was toegewezen.’

    ‘Is het je gelukt om je te bevrijden?’ onderbrak de dunne man. De discussie begon een slechte wending te nemen en zijn handlanger had volkomen gelijk.

    ‘Geef me nog een ogenblikje. Ik denk dat het gaat loskomen.’

    Kort daarna brak het touw waarmee het duo aan het vat was vastgebonden. En eindelijk vrij van de beperkingen kreeg de buik van de forse man weer zijn normale omvang.

    ‘Zo, klaar!’ riep de dikke tevreden uit.

    ‘Fantastisch. Maar laten we blijven doen alsof tot de bewaker terugkomt. We moeten alles er hetzelfde uit laten zien als voorheen.’

    ‘Oké partner. Ik ga weer doen alsof ik slaap.’

    De twee hoefden niet lang te wachten. Een paar minuten later was de assistent van de doctor terug om de tent binnen te gluren. Hij wierp zijn gebruikelijke vluchtige blik op de toestand en zonder iets vreemds op te merken sloot hij de ritssluiting, ging vervolgens weer in de schaduw van de veranda zitten en stak rustig een met de hand gerolde sigaret op.

    ‘Nu’, zei de dunne. ‘Laten we gaan.’

    Met al hun pijntjes en kwaaltjes bleek dit ingewikkelder dan verwacht, maar na een paar gedempte kreunen van pijn en enkele vloeken, stonden ze recht tegenover elkaar.

    ‘Geef me de troffel’, beval de dunne man terwijl hij zijn knevel verwijderde. De pijnen in zijn rechterzij verhinderden hem om gemakkelijk te bewegen, maar door een open hand op zijn zij te leggen, kon hij de pijn een beetje verzachten. Met een paar passen bereikte hij de kant tegenover de ingang van de tent, knielde en duwde langzaam de Marshalltown-troffel erin. Het scherpe blad van de troffel sneed als boter door de zachte stof van de oostelijke kan van de tent, waardoor een kleine spleet van ongeveer tien centimeter ontstond. De slanke man bracht zijn rechteroog bij de spleet en tuurde er enkele ogenblikken doorheen. Zoals hij had verwacht was er niemand. Alleen de ruïnes van de oude stad waren te zien, zo'n honderd meter verderop, waar ze eerder de jeep hadden verstopt die gebruikt zou worden voor hun vlucht met de hele buit.

    ‘Alles veilig’, zei hij, terwijl hij met het troffelblad de kleine snede tot op de vloer verlengde. ‘We gaan!’ En hij kroop door de gleuf.

    ‘Je had dit gat wel wat groter kunnen maken’, mompelde de dikke man, tussen de ene en de andere kreun door, terwijl hij met moeite naar buiten probeerde te glippen.

    ‘Kom op! We moeten zo snel mogelijk weg.’

    ‘Makkelijker gezegd dan gedaan. Ik kan nauwelijks lopen.’

    ‘Hou op met zeuren en schiet op. Onthoud, als we er niet in slagen om weg te komen, zal niemand ons tegenhouden om een paar jaar in de gevangenis te zitten.’

    Door het woord ‘gevangenis’ te gebruiken, kon de dikke man altijd een tandje bijsteken. Hij zei verder niets en volgde lijdzaam in stilte zijn metgezel, die sluipend wegkroop in de richting van de ruïnes.

    Het rommelend geluid van een motor in de verte wekte de argwaan van de man die de wacht hield. Hij keek even naar de sigaret, die nu uit was, en wierp toen de peuk met een snel gebaar weg. Hij glipte vastberaden de tent binnen, maar kon dan zijn ogen nauwelijks geloven: de twee gevangenen waren weg. Het touw lag slordig naast het brandstofvat, iets verderop lagen de twee lappen stof die ze als knevels hadden gebruikt en in de achterste tentwand was een grote spleet tot op de grond.

    ‘Hisham, jongens’, schreeuwde de man met alle adem die hij in zijn longen had. ‘De gevangenen zijn ontsnapt!’

    Ruimteschip Theos - De supervloeistof

    Het beeld van het object dat Petri in de ruimte tussen Kodon en de aarde had geplaatst, verbijsterde beide aardsbewoners.

    ‘En wat is dat voor iets?’ vroeg Elisa nieuwsgierig, terwijl ze dichterbij ging om beter te kunnen zien.

    ‘We hebben het nog steeds geen officiële naam gegeven.’ Petri bracht het vreemde voorwerp weer naar de voorgrond en terwijl hij de doctor aankeek, voegde hij eraan toe: ‘Misschien kun jij er een kiezen.’

    ‘Als je op zijn minst kunt uitleggen wat het is, kan ik het misschien proberen.’

    ‘Onze beste wetenschappers hebben zich al geruime tijd aan dit project gewijd.’ Petri plaatste zijn handen op de rug en begon langzaam de kamer rond te lopen. ‘Deze apparatuur is het resultaat van een reeks onderzoeken die gedeeltelijk zelfs verder gaan dan mijn wetenschappelijke vaardigheden.’

    ‘En ik kan je verzekeren dat ze opmerkelijk zijn’, voegde Azakis eraan toe, terwijl hij zijn vriend een liefdevol schouderklopje gaf.

    ‘In een notendop, het is een soort anti-zwaartekrachtsysteem. Het is gebaseerd op een principe dat, zoals ik al zei, nog wordt bestudeerd, maar ik kan proberen het in een paar eenvoudige woorden samen te vatten.’

    ‘Ik denk dat dat veel beter zou zijn’, merkte Elisa op. ‘Vergeet niet dat wij tot een soort behoren die, vergeleken met die van jullie, gemakkelijk als onderontwikkeld kan worden omschreven.’

    Petri knikte lichtjes. Toen naderde hij de driedimensionale voorstelling van het vreemde voorwerp en vervolgde kalm zijn uitleg. ‘Dit - wat je eerder een 'donut' noemde - is geometrisch gedefinieerd als een torus. De buisvormige ring is hol, terwijl wat we eenvoudig het 'centrale gat' zouden kunnen noemen, het aandrijvings- en controlesysteem bevat.’

    ‘Tot nu toe is alles duidelijk’, zei Elisa, steeds enthousiaster.

    ‘Heel goed. Laten we nu naar het werkingsprincipe van het systeem kijken.’ Petri draaide het beeld van de torus rond en toonde het binnenste gedeelte. ‘De ring is gevuld met een gas, meestal een isotoop van helium dat, afgekoeld tot een temperatuur dicht bij het absolute nulpunt, van toestand verandert en een vloeistof wordt met zeer bijzondere eigenschappen. In de praktijk wordt de viscositeit bijna nul en kan de vloeistof stromen zonder enige wrijving op te wekken. Wij noemen deze eigenschap 'superfluïditeit'.’

    ‘Nu raak ik de weg een beetje kwijt’, zei Elisa bedroefd.

    ‘Om het simpel te zeggen zal dit gas in vloeibare toestand, op de juiste manier gestimuleerd door de structuur van de ring, in staat zijn om zich zonder enige moeite te verplaatsen met een snelheid die de lichtsnelheid benadert, en dit theoretisch gedurende een oneindige tijd vol te houden.’

    ‘Geweldig’, was alles wat Jack kon zeggen, die van de hele uitleg geen lettergreep had gemist.

    ‘Oké, nu denk ik dat ik het begrepen heb’, voegde Elisa eraan toe. ‘Maar hoe zal deze gadget de effecten van de aantrekkingskracht tussen de twee planeten opheffen?’

    ‘Hier begint het veel ingewikkelder te worden’, antwoordde Petri. ‘Laten we zeggen dat de rotatie van de supervloeistof met snelheden die dicht bij die van het licht liggen, een ruimte-tijd continuümkromming eromheen genereert, waardoor een anti-zwaartekrachteffect ontstaat.

    ‘Goeie genade!’ riep Elisa uit. ‘Mijn oude natuurkundeprofessor draait zich om in zijn graf.’

    ‘En niet alleen hij, lieverd’, voegde de kolonel eraan toe. ‘Als ik goed begrepen heb wat deze twee heren ons proberen uit te leggen, dan hebben we het hier over het omverwerpen van een flink aantal theorieën en concepten, waar verscheidene van onze wetenschappers hun hele leven aan hebben besteed om die te analyseren en te bestuderen. Over het principe van de anti-zwaartekracht is al meer dan eens getheoretiseerd, maar niemand is er ooit in geslaagd om het volledig te bewijzen. Nu hebben we eindelijk het bewijs, hier voor onze neus’, en hij wees naar het vreemde voorwerp, ‘dat het echt mogelijk is.’

    ‘Ik zou wat voorzichtiger zijn’, zei Azakis, om de opwinding van de kolonel een beetje te temperen. ‘Ik voel me verplicht je te informeren dat dit ding nog nooit is getest op grote objecten zoals planeten, of beter gezegd, we hebben het twee cycli geleden geprobeerd, maar het pakte niet precies uit zoals we hadden verwacht. Bovendien kunnen er gebeurtenissen plaatsvinden die we niet hebben voorzien en...’

    ‘Daar ga je weer, je roept zoals gewoonlijk ongeluk op’, zei Petri terwijl hij zijn metgezel onderbrak. ‘Het mechanisme is meer dan eens gedemonstreerd. Ons eigen ruimteschip gebruikt een deel van dit principe voor zijn aandrijving. Laten we voor één keer optimistisch zijn!’

    ‘Omdat er toch niet echt veel alternatieven lijken te zijn, of vergis ik me?’ vroeg Elisa met teleurgestelde stem.

    ‘Helaas denk ik van niet’, zei Petri troosteloos, met zijn hoofd iets naar beneden hangend. ‘Het enige waar ik echt bang voor ben, is dat we, gezien de verkleinde omvang van onze torus, niet in staat zullen zijn om alle effecten van de zwaartekracht volledig te absorberen en dat een deel van de gravitonen er toch in zal slagen om hun werk te doen.’

    ‘Wil je zeggen dat dit ding misschien toch niet voldoende is om een catastrofe te voorkomen?’ vroeg Elisa die dreigend naar de buitenaardse man toestapte.

    ‘Misschien niet helemaal’, antwoordde Petri terwijl hij een stapje achteruit deed. ‘Uit mijn eigen berekeningen zou ik zeggen dat ongeveer tien procent van de gravitonen aan dit soort manoeuvres kan ontsnappen.’

    ‘Dus, het kan allemaal verspilde moeite zijn?’

    ‘Helemaal niet’, antwoordde Petri. ‘We zullen de effecten met negentig procent verminderen. Er blijft maar weinig over om te beheersen.’

    ‘We noemen het 'Newark'‘, zei Elisa tevreden. ‘En nu kunnen we beter opschieten. Zeven dagen gaan snel voorbij.’

    Luchtmachtbasis Camp Adder - De ontsnapping

    De twee vreemde personages, nog steeds gekleed als bedoeïenen, waren juist hun schuilplaats in de stad binnengelopen toen een zwak, onderbroken geluid van de laptop, die nog steeds op de tafel in de woonkamer stond, hun aandacht trok.

    ‘Wie is dat in hemelsnaam?’ vroeg de dunne man geïrriteerd.

    De zware man, die nu meer dan ooit mankte, ging naar de computer, toetste een zeer ingewikkeld wachtwoord in en zei: ‘Het is een bericht van de basis.’

    ‘Ze zullen willen weten of de operatie succesvol was.’

    ‘Geef me een seconde om het te decoderen.’

    Een reeks onbegrijpelijke symbolen verscheen op het scherm. Na het invoeren van een combinatie van codes begon het bericht langzaam zichtbaar te worden.

    Generaal

    Îți este utilă previzualizarea?
    Pagina 1 din 1